Je gezicht liegt niet over hoe het echt met je gaat.

Waarom ben je oké met ‘prima’?

Je slaapt maar laadt niet op.
De spanning zit er altijd in.
Je gaat door op wilskracht en je weet het eigenlijk al een tijdje.

Burnout? Nee, dat is een groot woord. Maar je gezicht liegt niet.

“Het gaat prima”, zeg je. 

Maar verlang je stiekem naar waanzinnig? Echt top? Mega gaaf?

Ik ken dat gevoel van binnenuit.

Terug van vakantie, eerste dag in het normale leven, en nog voordat die begon voelde ik het al: een keiharde nee. En toch deed ik ja.

Dat was niet één keer, maar steeds weer. Er kwam een moment dat ik wist: dit is het niet meer, het is genoeg geweest.

Ik weet hoe natuurlijk het is om te vertrouwen op je hoofd. En hoe subtiel je jezelf daarin kunt overslaan.

Pas toen ik stopte met pleisters plakken en echt begon te luisteren naar mezelf, kwam er lucht. Ruimte om te voelen. Om weer aanwezig te zijn in mijn eigen leven.

Vanuit die plek werk ik nu. Met mensen die ik herken.

Zo binnen, zo buiten

Praten helpt tot op zekere hoogte. Maar je hoofd weet het al, anders zat je hier niet.

Ik werk via het lichaam. Adem, aandacht en aanraking.
Zodat wat je al weet, je ook echt gaat voelen.

Wat er van binnen speelt, zie je van buiten.
In je ogen. In hoe je beweegt in gezelschap.
In iets wat mensen niet kunnen benoemen, maar wel voelen.
Dat geldt voor spanning. En het geldt voor wat je loslaat.

Je hoeft geen gas terug te nemen om jezelf terug te vinden.
Het gaat niet om minder succes. Het gaat om jezelf daarin niet verliezen.

Wat je draagt, zie je terug in hoe je de kamer binnenloopt. Wat je loslaat ook.