Alles klopt. Waarom voelt het dan toch zo leeg?
Ik hoef niet ver te zoeken om die vrouw voor me te zien.
Ik hoef alleen maar terug te denken aan hoe ik zelf ooit in de spiegel keek.
Een waanzinnige baan. Altijd scherp. Eeuwig iets aan het regelen, oplossen of in goede banen leiden.
Leuke dingen doen, reisjes, etentjes. Van buitenaf zag het er heel cool uit. Misschien zelfs jaloersmakend.
Ik had het goed voor elkaar, zou je zeggen.
En toch zat daar iets onder wat ik lang niet echt onder ogen wilde zien.
Het was niet vervullend.
Wanneer je leven klopt, maar jij het niet meer voelt
Het was een soort leegte die je makkelijk kunt negeren, juist omdat je leven gewoon doorgaat. Omdat je het goed doet. Omdat niemand zich zorgen om je maakt. Omdat jij zelf ook denkt: stel je niet aan, er is toch niks mis?
En dat is precies waarom het zo verraderlijk is.
Er hoeft niks spectaculair mis te gaan om van jezelf verwijderd te raken. Je hoeft niet eerst overspannen thuis te zitten of huilend op de keukenvloer te belanden. Soms ben je gewoon langzaam steeds verder opgeschoven naar leven op automatische piloot. Naar doen wat nodig is. Naar een bestaan dat op papier klopt, maar waar je zelf nog maar half in aanwezig bent.
Dat vind ik misschien nog wel het verwarrendste stuk. Dat je op een dag ineens beseft:
ik ben er wel, maar ik ben er niet.
Hoe je langzaam vooral in je hoofd gaat leven
Je doet de dingen die je doet. Je werkt. Je reageert. Je regelt. Je organiseert. Je draagt verantwoordelijkheid.
Je bent degene op wie mensen rekenen.
En ergens krijg je daar ook bevestiging op. Want laten we eerlijk zijn: de wereld beloont vrouwen die veel aankunnen. Die niet zeuren. Die leveren. Die doorgaan.
Dus je gaat door. En nog een beetje verder en verder.
Tot je ineens merkt dat je enthousiasme nergens meer vanzelf op aangaat. Dat je steeds minder echt ergens naar uitkijkt. Dat plezier de oppervlakkige glimlach is geworden. Dat je leven misschien best goed loopt, maar dat jij er zelf niet echt meer in zit.
Het moment waarop je merkt dat er iets veranderd is
Veel vrouwen herkennen dit, ook al zouden ze het niet meteen zo verwoorden. Ze zeggen eerder dingen als:
“Ik weet niet wat er is, maar ik voel me anders dan vroeger.”
“Eigenlijk vind ik niet echt blij van dingen.”
“Ik durf het bijna niet te zeggen, maar ik vind mijn leven eigenlijk niet zo leuk.”
En dat is vaak het punt waarop je hoofd er van alles van gaat vinden.
Misschien ben ik gewoon te kritisch.
Misschien verwacht ik te veel.
Misschien moet ik gewoon dankbaarder zijn.
Wat heb ik te klagen, want een ander heeft het lang niet zo goed.
Allemaal hele logische gedachten.
Maar als dat gevoel blijft terugkomen, ligt het meestal niet aan moe, mat of ondankbaar zijn. Dan ben je jezelf ergens onderweg kwijtgeraakt in het leven dat je zo goed hebt opgebouwd.
Hoe je jezelf langzaam uit het oog verliest
Dat klinkt misschien heftiger dan ik het bedoel, want dit gebeurt meestal heel geleidelijk, onopvallend.
Je raakt gewend aan doen-doen-doen. Aan schakelen. Aan targets halen. Aan denken in wat er nog moet. Aan jezelf pas op de laatste plek tegenkomen, ergens helemaal onderaan de lijst.
En hoe langer je dat doet, hoe normaler het wordt. Tot je op een dag merkt dat je lichaam eigenlijk al veel langer iets probeert te zeggen.
Dat je spanning bent gaan zien als normaal.
Dat je vermoeidheid bent gaan wegwuiven.
En dat er ergens een stemmetje zit dat zegt: dit kan toch niet de bedoeling zijn.
Misschien begint het hier
Gelukkig hoeft dat punt niet te betekenen dat je je hele leven moet omgooien. Het begint meestal veel kleiner. Met eerlijk worden. Tegen jezelf.
Toegeven dat alles er aan de buitenkant misschien goed uitziet, maar dat dat niet automatisch betekent dat het vanbinnen ook klopt. Toegeven dat je misschien al te lang vooral bezig bent geweest met alles draaiende houden.
Het gebeurt nu eenmaal dat je van jezelf weg beweegt wanneer je goed bent geworden in doorgaan en richten op een ander. Misschien is dat wel waarom deze vraag zoveel vrouwen raakt:
Hoe kan het dat mijn leven best goed is, en ik me toch zo vlak voel?
Omdat “het gaat goed” en “ik voel me sprankelend” niet hetzelfde zijn.
En omdat je heel lang kunt functioneren zonder echt te voelen hoe het met je gaat.
Misschien begint het daar.
Bij het verlangen om niet alleen een leven te hebben dat klopt, maar ook een leven waarin je jezelf weer voelt.
